02 Bouwplaatsinrichting
 >  In- en uitvoegen en voertuigverlichting in het werkvak
Introductie

Tijdens deze toolboxmeeting besteden we aandacht aan het inrijden en verlaten van een werkvak.

Het inrijden en verlaten van een werkvak is een risicovolle actie. De veiligheid van het verkeer komt immers in gevaar als een voertuig bezig is met een afwijkende/speciale verrichting op de openbare weg. Als je met een voertuig een werkvak in wilt rijden moet je je aan een aantal verplichtingen houden.


Werkruimte, werkvak en veiligheidsruimte

  • De werkruimte is het gebied binnen het werkvak waar wegwerkers werkzaamheden mogen uitvoeren en waar materiaal en materieel mag worden geplaatst.
  • De werkruimte wordt aan de kop en de langszijde door de veiligheidsruimte afgeschermd van respectievelijk de inleidende ruimte en de verkeersruimte.

Het is verboden stil te staan binnen de veiligheidsruimte.

Discussie > Bespreek het met je collega’s!

Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  1. Hoe ga jij om met dit probleem in jouw werkomgeving?
  2. Wat vind jij wel veilig? En waarom dan wel?
  3. In tegengestelde rijrichting rijden in het werkvak; mag dat?
  4. Er is een richtlijn, de CROW 515. Ben jij hiervan op de hoogte?

Ander veiligheidsdillema: ….....................................................................

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Als je een werkvak inrijdt of verlaat, bestaat de kans dat andere weggebruikers je niet opmerken. Dit kan grote gevolgen hebben.

Als je in een werkvak rijdt bestaat er een kans dat ander werkverkeer je niet opmerkt of juist verblindt. Dit kan grote gevolgen hebben.

Maatregelen > Inrijden werkvak

Voor het inrijden van een werkvak heb je nodig:

  • Een gele flits/zwaailamp op het dak van je voertuig, zodat deze 360 graden rondom zichtbaar is (vooral de achterzijde).
  • Een bordje "Werkverkeer" op de achterzijde van je voertuig.
  • Een Heijmans Verklaring (RVV ontheffing) als daar sprake van is op het betreffende project.

Let bij het inrijden op het volgende:

  • Zorg dat het bordje "Werkverkeer" goed zichtbaar op de achterzijde van je voertuig zit.
  • Zorg dat de zwaailamp op het dak van je voertuig staat.
  • Zet het zwaailicht 300m voordat je uitvoegt aan.
  • Zet de richtingsaanwijzer aan in de richting die je gaat uitvoegen.
  • Voeg uit na de actiewagen (veiligheidsruimte) en voor het nulpunt met de drie kegels "overdwars". In deze ruimte mag je niet stilstaan maar is juist geschikt om rustig de werkruimte te benaderen.
  • Verminder je snelheid in de veiligheidsruimte (max. 40km/u)
  • Rij de werkruimte in, rij stapvoets in de buurt van collega's en zet de zwaailamp en richtingaanwijzer uit.
  • Controleer na het indraaien of je door andere weggebruikers, per ongeluk, bent gevolgd. Als dat zo is, stop dan direct en wijs de weggebruikers erop dat dit niet de bedoeling is. Vertel ze hoe ze het werkvak weer veilig kunnen verlaten.
Tips > Bij het in- en uitrijden van een stationaire afzetting.

Let bij het rijden in de stationaire afzetting op het volgende:

Verplicht geel zwaai-, flits- of knipperlicht tijdens:​​​​​​​

  • Bij het oprijden of verlaten van de vluchtstrook.
  • Bij het plaatsen van en verwijderen van een afzetting.
Maatregelen > Rijden door het werkvak

Let bij het rijden door het werkvak op het volgende:

Géén zwaai-, flits- of knipperlicht voeren tijdens:

  • Bij het rijden en/of uitvoeren van werkzaamheden in het werkvak bij stationaire afzettingen.

  • Op autosnelwegen bij het rijden en/of uitvoeren van werkzaamheden in een rijdende afzettingen op vluchtstroken.

  • Op autosnelwegen bij het uitvoeren van kortdurende werkzaamheden (≤30 minuten) op vluchtstroken.

  • Op autosnelwegen bij het rijden als voorwaarschuwingswagen op de vluchtstrook.


Maatregelen > Tegengestelde rijrichting

Alleen de werkvoertuigen (mobiele kranen, walsen, werkbussen) mogen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden tegengesteld in een afzetting rijden. Onder geen beding mag een personenvoertuig in tegengestelde rijrichting in een afzetting rijden.

  • Dimlicht overdag is niet verplicht!
  • In de nacht is rijden met dimlicht verplicht!
  • Zorg dat je tegenliggend verkeer zo min mogelijk verblind!  
  • Alleen in een dynamische afzetting in de nacht is knipperende alarmverlichting verplicht;


Denk bij het verlaten van het werkvak in de nacht dat je het dimlicht weer ontsteekt!

Maatregelen > Parkeren in het werkvak

Let bij het parkeren in de afzetting op het volgende:

  • Parkeer je voertuig aan de veilige zijde van het werkvak, buiten de (veiligheids)ruimte
  • Parkeer bij voorkeur aan het einde van het werkgebied. Zorg dat de uitloop voor uitvoegend werkverkeer vrij blijft. 
  • Zet bij stilstand/parkeren altijd de stadslicht/parkeerlicht aan (vooral in de nacht voor extra zichtbaarheid van het voertuig).

Maatregelen > Het werkvak uitrijden; invoegen in het normale verkeer

Voor het uitrijden van een werkvak heb je nodig:

  • Een gele flits/zwaailamp op het dak van je voertuig, zodat deze 360 graden rondom zichtbaar is (vooral de achterzijde).
  • Een bordje "Werkverkeer" op de achterzijde van je voertuig.
  • Een Heijmans Verklaring (RVV ontheffing) als daar sprake van is op het betreffende project.

Let bij het uitrijden op het volgende:

  • Kijk of er voldoende ruimte is om veilig in het verkeer in te voegen.
  • Maak altijd, indien mogelijk, gebruik van de uitloop aan het einde van het werkvak.
  • Indien er aan het einde, of verderop in het werkvak werkzaamheden plaatsvinden, spreek dan af met je leidinggevende om eerder in te voegen.
  • Zet het gele zwaailicht aan en probeer met een gepaste snelheid weer in te voegen.
  • Zet je richtingaanwijzer aan en pas je snelheid aan, aan het overige verkeer en voeg in.

Voer je dimlicht, zet je zwaailamp en richtingaanwijzer uit.

Maatregelen > Wat als mijn auto niet geschikt is om een zwaailamp te voeren

Indien er geen zwaailamp op het voertuig bevestigd kan worden, wat voor komt bij personen voertuigen met een glazen dak, dan dient u een ander voertuig te regelen.

Het is namelijk verplicht minimaal 1 zwaailamp op het dak van het voertuig te hebben tijdens het in- en/of uitvoegen.

Een zwaailamp op de hoedenplank is onvoldoende.

Tips > Voor meer informatie

Heb je vragen of zie je nog onveilige situaties; meld ze bij je leidinggevende en in de GO!-App!


Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.